Zoetermeer en de Ronde Venen aan de slag met Omgevingswet: Tonnaer adviseert bij bepalen uitgangspunten en ambities.

De gemeente Zoetermeer en de gemeente De Ronde Venen gaan aan de slag met de implementatie van de Omgevingswet. Bij beide gemeenten is het implementatietraject in 2 fases verdeeld. Verder is een gestructureerd plan van aanpak gemaakt, dat bestaat uit 2 fases.
In de eerste fase gaat het om de zogenaamde impactanalyse. De impactanalyse is een momentopname en geeft inzicht in de feitelijke stand van zaken op instrumenteel niveau. De aanpak van zo’n analyse zal er dus op toegesneden moeten zijn om op de juiste manier “de thermometer te steken” en de goede conclusies daaraan te verbinden. Ervaringen met vergelijkbare trajecten, een gedegen inzicht in complexe (plan-)processen en gedegen kennis van de (lokale) overheid in haar omgeving is van belang. De impactanalyse is op onderdelen gedetailleerd teneinde het juiste beeld van de feitelijke situatie goed te kunnen schetsen. Daarmee ontstaat een gedegen basis voor de vervolgacties. De impactanalyse gaat nagenoeg niet in op de inhoud van beleid; hooguit of er op bepaalde onderdelen beleid voorhanden is.
Fase 2 gaat over het bepalen van de ambitie. Het zogenaamde ambitiedocument kijkt juist vooruit. Het dient een kaderstelling te zijn zowel op inhoud (hoe ziet mijn gemeente er in samenwerking met alle relevante actoren over bijvoorbeeld 10 jaar uit), als op de wijze waarlangs die doelen gerealiseerd kunnen gaan worden (wat is de rol van de overheid, hoe nodig ik derden uit om met initiatieven te komen en op welke wijze faciliteer ik die). Het ambitiedocument gaat bewust niet in op het “hoe” en focust op het “wat”. Daar waar de impactanalyse meer intern gericht is zal het ambitiedocument juist meer extern gericht zijn waarbij ook gekeken wordt naar de samenwerking met andere overheden, Omgevingsdiensten en andere verbonden partijen waar dit van belang is.
Beide fases verschillen van elkaar als het gaat om inhoud en aanpak. Daarom zet Tonnaer ook verschillende adviesstijlen in. Wat ook op valt is dat elk implementatietraject een eigen “couleur local” kent. Dit vraagt naast inhoudelijke kennis ook inlevingsvermogen, flexibiliteit en overtuigingskracht bij dergelijke trajecten.