Wijziging Bro; motivering nieuwe stedelijke ontwikkeling in toelichting bestemmingsplannen

Per 1 oktober jl. is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op enkele onderdelen gewijzigd (Staatsblad 2012, 332 en 388). Zo is een aantal digitale eisen voor ruimtelijke plannen gewijzigd en verbeterd. Een andere, enigszins onderbelichte, wijziging is de toevoeging van een artikellid aan artikel 3.1.6 Bro (Staatsblad 2012, 388). In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is nu voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan ‘een nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden.

Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt:

“De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;

b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en;

c. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.”

De voorgaande systematiek is niet nieuw en werd voorheen de SER-ladder genoemd. Het Rijk adviseerde dit afwegingskader al op enkele beleidsterreinen zoals bij bedrijventerreinen. De SER-ladder is ook in enkele beleidsregels overgenomen. Nu wordt deze systematiek algemeen voorgeschreven bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en deze wordt ook wel de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ genoemd.

Gelet op het voorgaande is het met name voor ruimtelijke ontwikkelingen die detailhandel en bedrijventerreinen mogelijk maken van belang dat uit de toelichting van het bestemmingsplan duidelijk blijkt wat de regionale effecten hiervan zijn en wat het nut en de noodzaak is van een nieuwe ontwikkeling in plaats van herstructurering van bestaande winkelgebieden en bedrijventerreinen.
Gemeenten die bestemmingsplannen vaststellen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen bevatten, worden aldus verplicht over de eigen gemeentegrenzen heen te kijken en de ontwikkeling goed te motiveren in de toelichting van het bestemmingsplan.
Zeker in een tijd van economische stagnatie, demografische krimp en toenemende leegstand, zou de rechter aan artikel 3.1.6, lid 2 Bro wel eens grote betekenis kunnen toekennen.