Voorbeelden van het omgevingsplan

Door Armando Snijders[1]

Al behoorlijk wat gemeenten experimenteren met het ‘bestemmingsplan met verbrede reikwijdte’. Doel van al die experimenten is vooral oefenen met het maken van een omgevingsplan, vooruitlopend op de Omgevingswet. Standaarden zijn er nog niet en er zijn dan ook al verschillende varianten bedacht, voor zowel heel flexibele als meer gedetailleerde plannen.[2]

De meeste gemeenten willen hun bestemmingsplan met verbrede reikwijdte al zoveel mogelijk vormgeven als een omgevingsplan conform de Omgevingswet. Dat betekent dat in ieder geval functies aan locaties moeten worden toegedeeld en dat regels moeten worden gegeven voor activiteiten die in de fysieke leefomgeving kunnen worden verricht.

Bouwen Slopen
Aanleggen Verrichten van werkzaamheden
Kappen Opslaan
Parkeren Innemen ligplaats
Innemen van een standplaats Splitsen of onttrekken woonruimten
Kamperen Houden van een evenement
Maken van reclame Houden van dieren
Milieuhinder bij activiteiten (‘overkoepeling’ / kaders)

Voorbeelden van in het omgevingsplan te reguleren activiteiten

Wat we daarbij veel zien, is een gebiedsgerichte benadering: het grondgebied van de gemeente wordt ingedeeld in gebieden met elk hun eigen kenmerken, waarden en doelstellingen. Per gebied wordt gekeken welke regeling daarvoor het meest passend is. Vaak worden de regels vervolgens gebiedsgericht opgesteld, in plaats van de meer perceelsgerichte benadering die veel bestemmingsplannen kennen als het gaat om het geven van bestemmingen aan gronden. Voor verschillende onderwerpen of thema’s kan de aard van de regeling binnen zo’n gebied verschillen. Zo ligt in de historische binnenstad van Oldenzaal een gedetailleerde regeling voor bouwactiviteiten voor de hand gelet op de te beschermen monumentale en cultuurhistorische waarden. Maar om initiatieven te faciliteren en stimuleren die de leegstandsproblematiek helpen oplossen, kan voor de gebruiksmogelijkheden een (heel) ruime regeling gewenst zijn. In Oldenzaal worden verder de mogelijkheden bekeken voor een globale functietoedeling, waarin bijvoorbeeld de functies ‘verkeer’, ‘groen’ en ‘water’ niet meer afzonderlijk worden aangeduid. Voordeel daarvan is een grote mate van flexibiliteit en onderlinge uitwisselbaarheid van functies: voor de aanleg van een rotonde die net buiten een verkeersbestemming valt of voor parkeerplaatsen in het groen, hoeft geen procedure meer te worden gevolgd. De vraag is natuurlijk wel hoe dan bijvoorbeeld structureel groen beschermd wordt. Veelal is dat gemeente-eigendom, zodat een omgevingsvisie op dit punt wellicht al voldoende sturing geeft.

Voorbeeld van gebiedsgerichte functietoedeling, zonder detailbestemmingen

In Oldenzaal wordt in die gebiedsgerichte benadering ook gedacht aan een onderscheid tussen de gewenste situatie en de bestaande situatie. Functies die niet binnen de doelstellingen voor het gebied passen, zijn in de kaartlaag met de gewenste situatie niet zichtbaar. De bestaande rechten worden via de kaartlaag met de bestaande situatie met bijbehorende regeling wel beschermd. Het omgevingsplan geeft op deze manier al direct een regeling voor de situatie waarin ongewenste functies verdwijnen, zonder dat daarvoor een planwijziging nodig is.

Voor het voorontwerp-omgevingsplan De Kade in de gemeente Maassluis wordt een enigszins vergelijkbare systematiek gehanteerd, maar dan voor een transformatielocatie. In dit plan wordt een gebiedsbeschrijving gegeven met kwalitatieve en kwantitatieve normen (kwaliteitseisen) gericht op het verkrijgen van een goede omgevingskwaliteit. Deze normen dienen als kapstok voor de rest van het plan, waarin deze normen nader worden geconcretiseerd, maar waarin ook geclausuleerde afwijkingsmogelijkheden worden gegeven. De regels bevatten de kaders en randvoorwaarden waarbinnen nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. Deze kaders garanderen een goed woon- en leefklimaat en een goede scheiding van hinderveroorzakende functies (zoals bebouwing die voor schaduwwerking kan zorgen) en daarvoor gevoelige functies (zoals woningen waarvoor een bezonningsnorm in het plan is opgenomen).

Indeling van de regels van het voorontwerp-omgevingsplan De Kade (Maassluis)

Een andere werkwijze wordt gevolgd in de gemeente Gooise Meren voor het omgevingsplan Bussum. Daar is leidend een indeling in thema’s met een bijbehorend kaartbeeld en een bijbehorende regeling. De bestaande verordeningen en andere regelingen worden via die thema’s geïntegreerd. Zo worden in het thema ‘Water’ de gebruiksregels uit het bestemmingsplan voor de bestemming ‘water’ opgenomen, alsmede de regels uit de Ligplaatsenverordening. In het thema ‘Bouwen’ worden onder andere de bouwregels uit het bestemmingsplan, de regels voor ruimtelijke kwaliteit uit de welstandsnota, de regels uit de Bouwverordening en de regels uit de Verordening afvoer hemelwater en grondwater samengevoegd. Regels uit bijvoorbeeld de Parkeerverordening, de Wegsleepverordening, delen van de APV en het bestemmingsplan voor de bestemming ‘Verkeer’ worden geregeld binnen het thema ‘Verkeer’. Voor een voorbeeld van een mogelijke digitale ontsluiting van een dergelijk omgevingsplan wordt verwezen naar: http://omgevingsplandemo.geonovum.nl.

Voorbeeld inhoudsopgave thema ‘Verkeer’

Een andere optie is het aanleggen van een ‘ladekast’ met regelingen, die op percelen of gebieden van toepassing worden verklaard. Deze systematiek kennen we nog uit de jaren ’60, waarbij bijvoorbeeld met een tabel werd gewerkt:

Gebied A Gebied B Gebied C Gebied D Gebied E
Wonen 1 X X X
Wonen 2 X
Detailhandel X
Recreatie X X
Bouwen 1 X X
Bouwen 2 X X X
Uitwegen 1 X X X

Dit zijn maar enkele voorbeelden uit de praktijk. Er wordt ook in vergaande mate geëxperimenteerd met flexibele planvormen, waarbij bijvoorbeeld wordt gewerkt met een scorematrix. Aan een dergelijke matrix worden nieuwe initiatieven getoetst op hun bijdrage of afbreuk aan diverse aspecten, zoals geluid, geur, parkeren, welstand, cultuurhistorie en toerisme. De bedoeling is dat dit een integrale afweging stimuleert, waarbij gekeken wordt of een initiatief per saldo een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het voordeel hiervan is dat negatief scoren op een aspect, niet direct tot weigering van een initiatief hoeft te leiden. Een andere flexibele manier van regelen wordt gevonden in formuleringen als: “functies die bijdragen aan een levendig centrum zijn toegestaan”, uiteraard vervolgens voorzien van de nodige randvoorwaarden.

Zo levert de huidige praktijk waarbij vooruit wordt gelopen op de Omgevingswet al tal van interessante en onderling behoorlijk uiteenlopende voorbeelden. In de Inspiratiegids Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waarvan binnenkort een nieuwe versie zal verschijnen, worden nog veel meer voorbeelden behandeld.

[1] Mr. Armando Snijders is senior jurist bij Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht en docent bij de Praktijkacademie Omgevingsrecht.

[2] De in dit artikel genoemde plannen verkeren nog in de voorbereidende fase. De uiteindelijke regeling kan er heel anders uit gaan zien. De gegeven voorbeelden dienen dan ook alleen ter inspiratie.