Vertrouwen op initiatiefnemers in de Omgevingswet

“Flexibele regelgeving, een faciliterend bestuur en een flankerend beleid. Dat alles plaatst de ambtelijke apparaten van met name gemeenten, waterschappen en provincies voor grote uitdagingen.” (…) “Het vereist een dienstbaar en deskundig ambtelijk apparaat, dat in een open, constructieve en waar nodig stimulerende houding, maatschappelijke initiatieven professioneel begeleidt en ervoor zorgt dat deze initiatieven bijdragen aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving” (…) “Het is niet zozeer de wet als wel de praktijk die voor zo’n fundamentele omslag moet zorgen. De regering wil de wettelijke belemmeringen met de nieuwe regeling zoveel mogelijk wegnemen. Nu moeten de praktische bezwaren nog worden overwonnen. Zal er een stille revolutie in het omgevingsrecht plaatsvinden of is die al aan de gang?”

Met deze woorden besluit Frans Tonner zijn artikel van begin mei in het tijdschrift Bouwrecht (2014/49) onder de titelVertrouwen op initiatiefnemers in de Omgevingswet: een stille revolutie in het omgevingsrecht?

Prof. Tonnaer is aan de hand van de vorige jaar gepubliceerde tekst van de ontwerp-Omgevingswet nagegaan hoe de regering van plan is om het vertrouwensaspect in de komende Omgevingswet een plaats te geven. Hij heeft daarbij vooral gekeken naar hoe de regering invulling wil geven aan het in de nieuwe wet gehanteerde uitgangspunt van vertrouwen in initiatiefnemers van projecten en andere activiteiten. Aan de hand van centrale bepalingen zoals de zorgplicht en het voorzorgsbeginsel en de belangrijkste instrumenten uit de wet, is hij nagegaan hoe ze zouden moeten worden toegepast om vertrouwen in initiatiefnemers uit te stralen en om initiatiefnemers de gelegenheid te geven om dat vertrouwen in de praktijk ook waar te maken. Hij pleit daarbij voor een meer centrale plaats voor de (rechts)beginselen in de wet in plaats van complexe en uitgebreide regelgeving. Beginselenregulering als nieuwe trend? Je moet maar durven! Het vereist een ‘omdenken’ van de bij de toepassing van de wet betrokkenen. “Niet de overheid maar de burger centraal, is dan geen gratuite kreet meer, maar krijgt de voor de beoogde cultuurverandering noodzakelijke inhoud”.