Toepassing maatschappelijk risico bij nadeelcompensatie

Bij een uitspraak van de rechtbank Zwolle d.d. 9 maart 2012 kwam de vraag aan de orde in hoeverre een drempel van 15% acceptabel was als te hanteren percentage eigen ondernemersrisico. Volgens de rechtbank dient een transportonderneming in het bijzonder rekening te houden met infrastructurele werken en de daaruit voortvloeiende schade door omrijkosten:

Verweerder heeft terecht kunnen stellen dat eiseres een transportonderneming drijft,
die in het bijzonder rekening moet houden met infrastructurele werken en die de daaruit voortvloeiende schade door omrijdkosten in hoge mate moet accepteren.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet aan de orde dat toepassing van de drempel in
het voorliggende geval lijdt tot een onredelijke of onbillijke situatie.

De rechtbank acht het in dit geval redelijk een drempel toe te passen van 15% in het licht van het eigen ondernemersrisico, en deze voorts te relateren aan het bedrag van een gemiddelde omzet en gemiddelde kosten. Hierbij verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de Raad van State d.d. 14 april 2004 (LJN: AO7483), d.d. 21 juni 2006 (zaaknr. 200508280/1, BR 2006, p. 847 en d.d. 2 april 2008, 200705986/1 (LJN: BC8472).

In rechtsoverweging 4.5 merkt de rechtbank tenslotte op dat zij het juist acht dat bij de afbakening van het normaal ondernemersrisico is betrokken dat de getroffen vestiging (in casu Almere) een onderdeel is van een grotere economische eenheid.

Zie: Rb Zwolle, 9 maart 2012, LJN: BV8409