Raad van State bevestigt: combinatie van ‘kruimels’ mogelijk bij afwijking bestemmingsplan

In haar uitspraak van 22 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:744) bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), in navolging van enkele rechtbanken (zie o.a. Rb Midden-Nederland, 15 maart 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:1335 en Rb Overijssel, 24 december 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5706) dat het mogelijk is om met  een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht af te wijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 2 Wabo en daarbij verschillende onderdelen van de zogenoemde kruimellijst, die is opgenomen in artikel 4 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) te combineren.

Nader toegelicht

Indien een bepaald project in strijd is met het geldende bestemmingsplan en er in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden zijn opgenomen om er met een omgevingsvergunning van af te wijken (een zogenoemde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid) biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a van de Wabo nog twee mogelijkheden om het project met een omgevingsvergunning, in afwijking van het geldende bestemmingsplan te vergunnen. In bepaalde situaties kan een project met de korte, reguliere procedure van de Wabo worden vergund. Die gevallen, als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a van de Wabo, zijn opgesomd in artikel 4 van Bijlage II bij het Bor. In de praktijk wordt dit aangeduid als de ‘kruimelgevallenregeling’. Kan een project niet onder een van die gevallen worden geschaard, dan resteert de uitgebreide procedure met ruimtelijke onderbouwing.

 Wat nu wanneer een project niet geheel onder één categorie van artikel 4 Bijlage II Bor valt, maar het project wel wordt  ‘afgedekt’ door een combinatie van twee categorieën? Op dit punt zijn in de praktijk de nodige vragen gerezen, met name in situaties waarbij transformatie van een bestaand gebouw naar een andere functie plaatsvindt, in combinatie met een uitbreiding van dat gebouw. De functiewijziging is mogelijk op basis van onderdeel 9 van artikel 4 Bijlage II Bor. Dat onderdeel luidt als volgt: ‘het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen’. Op basis van dit onderdeel is het dus mogelijk om met toepassing van de korte, reguliere procedure van de Wabo binnen de bebouwde kom bijvoorbeeld een kantoorgebouw te veranderen in een appartementencomplex of een winkel om te vormen naar een horecazaak. Uit de redactie blijkt dat de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet mag worden vergroot. Bij toepassing van dit onderdeel is uitbreiding van het bouwwerk waarvan de functie wordt gewijzigd dus niet mogelijk. Het uitbreiden van dat gebouw is – binnen de bebouwde kom – echter wel mogelijk op basis van onderdeel 1: ‘een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan(…)’. Kunnen beide onderdelen nu worden gecombineerd, of wordt daardoor het systeem van de wettelijke regeling doorkruist, aangezien daardoor voorbij wordt gegaan aan de voorwaarde dat de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet mag worden vergroot bij toepassing van onderdeel 9?

 In de uitspraak van 22 maart 2017 bevestigt de Afdeling dat in een dergelijk geval beide onderdelen kunnen worden gecombineerd. Daarvoor verwijst de afdeling naar de Nota van toelichting op de wijziging van het Bor per 1 november 2014 (Stb 2014, 333). Daaruit blijkt namelijk dat de wetgever heeft beoogd een dergelijke combinatie mogelijk te maken.  

Tonnaer helpt u verder!

Heeft u vragen over de toepassing van kruimelgevallenregeling in het algemeen of over de toepassing bij de transformatie van (leegstaand) vastgoed in het bijzonder? Neem dan vrijblijvend contact met ons op via uw contactpersoon bij Tonnaer of via onderstaande gegevens.