PDF

Vergunning van rechtswege na vernietiging besluit?

Op 21 oktober 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een uitspraak gedaan die meer duidelijkheid geeft over de vraag of van rechtswege vergunning ontstaat nadat een besluit is vernietigd door de rechter en niet tijdig een nieuw besluit is genomen (nr. 201410473/1/A4). Dit wordt ontkennend beantwoord. In deze bijdrage wordt hier kort bij stil gestaan.

 

Wat speelde er?

In deze zaak waren burgemeester en wethouders van mening dat van rechtswege vergunning was ontstaan, nadat de omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van het bestemmingsplan was vernietigd en vervolgens niet tijdig , d.w.z. binnen de termijn die van toepassing was op het primaire besluit, een nieuw besluit was genomen. Het betrof een vergunning die met toepassing van de reguliere procedure was voorbereid, en waarbij de bezwaarschriftenfase met toepassing van rechtstreeks beroep was overgeslagen.

 

Geen vergunning van rechtswege

De Afdeling verwijst voor haar oordeel naar de memorie van toelichting bij het voorstel voor de Dienstenwet, waarin de vergunning van rechtswege, of de lex silentio positivo, als algemene regeling in paragraaf 4.1.3.3 Awb werd ingevoerd (Stb. 2009, 203). Daarin wordt verwezen naar de uitspraak van 23 februari 2005, JB 2005, 103), waarin een besluit tot goedkeuring van een bestemmingsplan o.b.v. art. 28 WRO oud aan de orde was. Een dergelijk besluit gold van rechtswege indien gedeputeerde staten niet binnen de wettelijke termijn hadden beslist (art. 10:31, vierde lid Awb). Indien het goedkeuringsbesluit was vernietigd, leidde het niet tijdig nemen van een nieuw goedkeuringsbesluit niet tot een besluit van rechtswege (in dat geval goedkeuring van het bestemmingsplan). De Afdeling overweegt, met een verwijzing naar deze uitspraak uit 2005, dat in geval een beschikking geheel of deels vernietigd is, het bestuursorgaan – behoudens voor zover de rechter zelf in de zaak voorziet – een nieuw besluit moet nemen. Het niet tijdig nakomen van deze verplichting leidt niet tot een van rechtswege verleend besluit overeenkomstig paragraaf 4.1.3.3 Awb. De wetgever kan niet worden geacht een eerdere vernietiging door een fictieve goedkeuring te hebben willen vervangen op grond van het enkele feit dat niet binnen de wettelijke termijn een nieuw besluit is genomen.

 

Gevolg

Deze uitspraak biedt duidelijkheid over de reikwijdte van de lex silentio positivo. Dat paragraaf 4.1.3.3 niet van toepassing is in de bezwaarfase volgt uit artikel 7:14 Awb. Uit deze uitspraak blijkt duidelijk dat dit gevolg zich ook uitstrekt indien de bezwaarfase is overgeslagen door middel van rechtstreeks beroep en als gevolg van vernietiging door de bestuursrechter alsnog een nieuw (primair) besluit moet worden genomen. Deze uitspraak verschijnt binnenkort in Gemeentestem 2016/25, voorzien van een annotatie door Francien Limpens.