PDF

Leuk dat omgevingsplan, maar wat heb je eraan?

In het Stadswerk magazine (05/2017) is het volgende stuk van Armando Snijders gepubliceerd:

De toekomstige Omgevingswet verplicht elke gemeente om één omgevingsplan te hebben, met daarin alle juridische regels voor de fysieke leefomgeving. Voor gemeenten een flinke operatie. Maar wat kun je nu met zo’n plan? Is het een bestemmingsplan met wat extra regels, een cosmetische samenvoeging van regels tot een log en onleesbaar geheel, of biedt het nieuwe instrument interessante nieuwe kansen?

Het doel voor ogen

Al behoorlijk wat gemeenten zijn nu aan het experimenteren met de voorloper van het omgevingsplan: het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte van de Crisis- en herstelwet. Daarbij zien we interessante dingen. De gemeente Alphen aan den Rijn heeft voor de transformatielocatie Rijnhaven Oost bijvoorbeeld een plan gemaakt met veel ‘open normen’. Dat wil zeggen dat de gemeente niet precies via harde regels voorschrijft wat wel en niet mag, maar dat gebruik gemaakt wordt van formuleringen als ‘aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit’. Deze open norm wordt nog wat verder ingekaderd, bijvoorbeeld door de regel dat de luchtkwaliteit voldoende geschikt moet zijn en dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De beleidsregels die bij het plan horen, geven concreter aan wat moet worden aangetoond en hoe, maar dit zijn geen harde voorschriften. Het plan biedt daarmee veel flexibiliteit voor maatwerk voor de betreffende locatie en voor slimme oplossingen en creativiteit om aan de doelstellingen voor het gebied te voldoen.1

De gemeente Maassluis werkt voor de transformatie- en ontwikkellocatie De Kade in het concept-omgevingsplan minder met open normen, maar geeft wel flexibele kaders voor de invulling van het gebied. Waar hindergevoelige functies zoals wonen en potentieel hinderveroorzakende functies zoals bedrijven kunnen worden gevestigd, wordt niet voorgeschreven. Wel worden randvoorwaarden gegeven, zoals de maximale geluidsbelasting voor gevoelige functies. Waar hogere en lagere gebouwen mogen worden gesitueerd, ligt niet concreet vast, maar er zijn wel normen voor bezonning opgenomen waaraan nieuwe woningen moeten voldoen en waaraan bestaande woningen bij nieuwbouw in de omgeving moeten blijven voldoen. In deze voorbeelden van Alphen aan den Rijn en Maassluis zie je dus veel minder een strakke ordening van de ruimte en veel meer een beschrijving van de te bereiken doelen en kwaliteiten in het gebied, met inachtneming van de te beschermen waarden.

Zo ziet het concept-omgevingsplan Maassluis eruit als alle aanduidingen, zoals de indicatieve groene zones en de indicatieve locatie van de hoofdontsluitingsweg ‘aangezet’ zijn. Dit plan verkeert nog in de voorbereidende fase.

Gebiedsgerichte en gemengde benadering

De gemeente Oldenzaal denkt in het omgevingsplan voor onder meer de binnenstad aan een heel ruime regeling voor gebruik, om initiatieven te faciliteren en stimuleren die leegstand kunnen tegengaan, maar aan een heel strikte regeling voor bouwactiviteiten, gelet op de te beschermen monumentale en cultuurhistorische waarden. In Oldenzaal worden verder de mogelijkheden bekeken voor een globale functietoedeling, waarin bijvoorbeeld de functies ‘verkeer’, ‘groen’ en ‘water’ niet meer afzonderlijk worden aangeduid. Voordeel daarvan is een grote mate van flexibiliteit en onderlinge uitwisselbaarheid van functies: voor de aanleg van een rotonde die net buiten een verkeersbestemming valt of voor parkeerplaatsen in het groen, hoeft dan geen procedure meer te worden gevolgd. Hierbij moet natuurlijk nog wel worden gedacht aan waarborgen voor voldoende groen en behoud van structureel groen.

Voorbeeld van gebiedsgerichte functietoedeling, zonder detailbestemmingen, In Oldenzaal.

Nogmaals: het doel voor ogen

In Oldenzaal wordt in die gebiedsgerichte benadering ook gedacht aan een onderscheid tussen de gewenste en de bestaande situatie. Functies en bebouwing die niet binnen de doelstellingen voor het gebied passen, zijn in de kaartlaag met de gewenste situatie niet zichtbaar. Deze bestaande rechten worden via de kaartlaag met de bestaande situatie met bijbehorende regeling wel beschermd. Het omgevingsplan geeft op deze manier al direct een regeling voor de situatie waarin ongewenste functies en bebouwing verdwijnen, zonder dat daarvoor een planwijziging nodig is. Het mooie hieraan is dat elke initiatiefnemer al direct kan zien wat hij in de toekomst op een bepaalde plek kan én dat dit via de kaartlaag met de gewenste situatie ook al direct zoveel mogelijk is geregeld, zonder dat daarvoor nog procedures hoeven te worden gevolgd.

Een ander in Oldenzaal voorgesteld element is de saldobenadering voor nieuwe initiatieven: die zijn toegestaan als per saldo een positieve score wordt behaald op een aantal voor het betreffende gebied geldende doelstellingen, zoals verminderen van geluidbelasting, verkeersdruk en dergelijke. Ook hier zie je weer dat met name de doelstellingen voor de gebieden relevant zijn en dat de overheid niet meer precies voorschrijft wat ergens wel of niet mag.

De Scorematrix saldobenadering.

Raadpleegbaarheid

Gemeenten doen veel moeite om hun plannen zo goed mogelijk raadpleegbaar te maken, ook voor leken. Zie daarvoor het plan van Alphen aan den Rijn, maar bijvoorbeeld ook het Omgevingsplan Buitengebied van Boekel, dat met vragen werkt als ‘wat mag ik op deze locatie bouwen?’ en ‘welke functies zijn hier toegestaan?’.5 Ook de proeftuin omgevingsplan geeft een mooi voorbeeld.6 Als je op een locatie klikt en een zoekwoord of -zin intypt, krijg je achtereenvolgens te zien 1) donkergekleurde tegels met de thema’s die passen bij jouw zoekwoord én de gekozen locatie, 2) lichtgekleurde tegels met thema’s die wel bij het zoekwoord passen, maar niet van toepassing zijn op de gekozen locatie, of 3) lichtgekleurde tegels met thema’s die wel spelen op die locatie, maar die niet overeenstemmen met het zoekwoord.

De uitdaging voor de plannenmakers en -vaststellers is om omgevingsplannen te maken waar de gebruikers van die plannen ook echt iets aan hebben. De hier gegeven voorbeelden illustreren dat deze uitdaging in de praktijk nu al wordt opgepakt.

Mr. Armando Snijders is senior jurist bij Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht en docent bij de Praktijkacademie Omgevingsrecht.

Noten

  • 1. Het plan kan worden ingezien via www.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0484.OPrijnhavenoost-VA01
  • 2. Zie wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2017-02-02#Hoofdstuk2_Afdeling2.3_Artikel2.5
  • 3. Zie wetten.overheid.nl/BWBR0003245/2017-05-16#Hoofdstuk5_Titel52
  • 4. Zie wetten.overheid.nl/BWBR0003245/2017-05-16#Bijlage2
  • 5. Zie www.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0755.Omgevingsplan2016-ON01
  • 6. Zie omgevingsplandemo.geonovum.nl