Parkeernormen in bestemmingsplannen

Op 9 september 2015 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een richtinggevende uitspraak gedaan over het opnemen van parkeernormen in bestemmingsplannen. Daarbij mag op grond van artikel 3.1.2 lid 2 Bro verwezen worden naar beleidsregels. De Afdeling geeft aan dat die verwijzing, mits voldoende concreet, een dynamische verwijzing mag betreffen: met wijziging van de beleidsregels mag rekening worden gehouden bij toetsing aan de parkeerregeling in het bestemmingsplan. Anders dan voorheen hoeft dus geen fixatie meer plaats te vinden als in een bestemmingsplan naar buitenplanse documenten wordt verwezen. Dat betekent dat de inhoud van het bestemmingsplan, althans de interpretatie van een in het bestemmingsplan neergelegde norm, kan wijzigen door wijziging van de beleidsregels, zonder dat daarvoor de bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen. De verwijzing moet wel gekoppeld worden aan een bevoegdheid, zoals de bevoegdheid om een omgevingsvergunning te verlenen. Dat zou kunnen betekenen dat een parkeerregeling die enkel aan het gebruik van gronden of bouwwerken is gekoppeld, zonder dat daarbij sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit (of anderszins een toe te passen bevoegdheid) niet kan worden voorzien van een dynamische wijziging naar beleidsregels. De dynamische verwijzing, die niet beperkt is tot de regeling omtrent parkeren, maakt flexibeler bestemmingsplannen mogelijk. Anderzijds wordt de rechtszekerheid die het bestemmingsplan (aan zowel de vergunningaanvrager als aan derden) biedt over vergunningverlening, verminderd door de mogelijkheid om de beleidsregels zonder bestemmingsplanprocedure te wijzigen. Armando Snijders heeft deze uitspraak van een annotatie voorzien in De Gemeentestem (2016/7).

U kunt deze annotatie via deze link nalezen.