Onbevoegd genomen besluit, herstelmogelijkheden?

Gemeentelijke mandaatregelingen zijn niet altijd bij iedereen bekend en het gevolg hiervan kan zijn dat een besluit wordt genomen door een onbevoegde ambtenaar zodat er een mandaatgebrek kleeft aan het besluit. Hoe gaat de rechter om met onbevoegd genomen besluiten?

Vaste rechtspraak is dat een mandaatgebrek leidt tot vernietiging van dat besluit. Het gebrek wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Ab) niet aangemerkt als de schending van een vormvoorschrift dat kan worden gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb, zie Ab 24 maart 2012, nr. 200907932/1/H1. Wanneer dit besluit echter achteraf wordt bekrachtigd door het bevoegde orgaan of de bevoegde persoon, oordeelt de rechter doorgaans in het kader van de definitieve geschillenbeslechting dat de rechtsgevolgen van het in eerste instantie onbevoegd genomen besluit in stand blijven conform artikel 8:72, lid 3 Awb, zie ondermeer Ab 4 december 2002, nr. 200201252/1 en Ab 24 maart 2010, nr. 200907932/1/H1.
Een andere oplossing die de Ab recent heeft toegepast, is het bestuursorgaan in de gelegenheid te stellen om in de bestuurlijke lus het mandaatgebrek te herstellen, zie Ab 3 oktober 2012, nr. 201202290/1/A1. Hierdoor kan na toepassing van de bestuurlijke lus alsnog een inhoudelijk behandeling plaatsvinden.

Conclusie
Een onbevoegd genomen besluit betekent niet dat de zaak bij de rechter per definitie is verloren. Wanneer zelf wordt ontdekt dat er aan het besluit een mandaatgebrek kleeft, loont het om vóór de zitting het besluit achteraf te laten bekrachtigen. Na een formele vernietiging kunnen dan de rechtsgevolgen in stand blijven.
Indien bekrachtiging niet op tijd lukt of een rechter constateert het mandaatgebrek na een ambtshalve toetsing, biedt de bestuurlijke lus een oplossing om het gebrek te herstellen.