De Omgevingswet: geen project maar een proces. Wen er maar alvast aan!

“Everything should be made as simple as possible, but not simpler”

Albert Einstein

Door Frans Tonnaer[1]

In het najaar van 2017 maakte oud-minister Melanie Schultz van Haegen van het voormalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu (ja, dit wetgevingsproject is zwanger van veranderingen!) bekend dat de invoering van de Omgevingswet niet in 2019 zal plaatsvinden, waarnaar de datum al eerder was verschoven, maar per 1 januari 2021. Daarmee is voorlopig duidelijk geworden wanneer de uitvoeringspraktijk met de nieuwe wet aan de slag kan. Er moet echter op Rijksniveau nog heel wat werk worden verzet voordat het zover is. Zo is te verwachten dat de vier uitvoerings-amvb’s rond de komende zomer definitief zullen worden. De Omgevingsregeling die deze amvb’s uitwerkt is eind 2019 te verwachten. De Invoeringswet volgt daarna begin 2020 en het Invoeringsbesluit niet lang daarna, terwijl de publicatie van de Invoeringsregeling is gepland rond de zomer van 2020. Aan de vier aanvullingswetten wordt in de tussentijd gewerkt. De Aanvullingswetten bodem en geluid moeten in medio 2019 in het Staatsblad verschijnen, de Aanvullingswet natuur in het najaar van dat jaar en de Aanvullingswet grondeigendom najaar 2020. En dan volgen de bijbehorende aanvullingsbesluiten en aanvullingsregelingen dezelfde sporen, om telkenmale even later te worden gepubliceerd. Tegen deze achtergrond is goed te begrijpen dat de inwerkingtreding van het gehele stelsel niet vóór 1 januari 2021 is te verwachten. En dan zijn nog niet alle hoofdstukken van de Omgevingswet ingevuld en zal de wet verder evolueren. De in 2016 in het Staatsblad verschenen Omgevingswet is dus voorlopig nog geen rustig bezit. Zal ze dat na 1 januari 2021 wel zijn?

[1] Prof. dr. Frans Tonnaer is emeritus hoogleraar Omgevingsrecht en wetenschappelijk directeur van de Praktijkacademie Omgevingsrecht.