Nieuwe uitspraak ‘stedelijke ontwikkeling’

Nieuwe uitspraak ‘stedelijke ontwikkeling’

Door de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (verder te noemen: Afdeling) is opnieuw uitspraak gedaan over het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ (22 juli 2015, zaaknummer 201405299/1/R3). Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.1.6. lid 2 van het Bro (Ladder van duurzame verstedelijking) voldoen. Dit betekent onder andere dat:

aangetoond wordt dat voorzien wordt in een regionale behoefte, en;
dat wordt beschreven in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied door benutting van beschikbare gronden door bijvoorbeeld herstructurering;
indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die passend zijn ontsloten of als zodanig worden ontwikkeld.

In casu is het bestemmingsplan “Landgoed De Utrecht” vastgesteld door de gemeente Hilvarenbeek. In het plan worden onderscheidenlijk twee, vijf en zes nieuwe woningen op de locaties Dunsedijk, Berkensingel en Lange Gracht mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt nog een nieuwe woning toegestaan. In totaal worden veertien nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Deze woningen liggen op vier verspreid van elkaar gelegen locaties.

De Afdeling:

“De Afdeling overweegt dat het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader is gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling (nota van toelichting; Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling.”

“De locatie Lange Gracht ligt op ongeveer 600 m ten oosten van de Dunsedijk. De locatie Berkensingel ligt op ongeveer 1,5 km ten westen van de locatie Dunsedijk en wordt voorts daarvan gescheiden door de provinciale weg N269. Het perceel (…) ligt op ongeveer 900 m ten zuidwesten van de locatie Berkensingel. Gelet op de onderlinge afstand tussen de verschillende locaties waar de woningen zijn voorzien, kunnen de in het plan voorziene nieuwe woningen naar het oordeel van de Afdeling niet worden aangemerkt als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. De enkele omstandigheid dat de nieuwe woningen tezamen voorzien in nieuwe economische dragers die het mogelijk maken dat het Landgoed De Utrecht duurzaam wordt geëxploiteerd en in stand kan worden gehouden, maakt dit niet anders. Gelet op de kleinschalige woningbouw die het plan op de vier verschillende locaties mogelijk maakt, kunnen deze locaties elk op zichzelf ook niet als een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro worden aangemerkt. De in het plan voorziene ontwikkelingen kunnen gelet op het voorgaande niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is.”

De Afdeling geeft aan dat er, gezien de onderlinge afstand tussen de verschillende woningbouwlocaties, geen sprake is van één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1. lid 1, sub i Bro. Dit betekent dat de locaties niet aangemerkt kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling, zodat artikel 3.1.6. lid 2 Bro (Ladder van duurzame verstedelijking) niet toegepast hoeft te worden.