Interessante uitspraak over kruimelgevallen-omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan

Op 22 februari 2017 (nr. 201601791/1/A1, ECLI:NL:RVS:2017:487) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een interessante uitspraak gedaan over de toepassing van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, onder c jo. artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2° Wabo jo. artikel 4, elfde lid van bijlage II Bor. Ingevolge voornoemde artikelen kan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden verleend voor gebruik van gronden/bouwwerken voor een termijn van ten hoogste 10 jaar. Maar de vraag is wanneer die termijn van 10 jaar begint te lopen als het gebruik in afwijking van het bestemmingsplan al is aangevangen vóór de verlening van de in het geding zijnde omgevingsvergunning.

In deze casus had het college van B & W van de gemeente ’s-Hertogenbosch op 4 maart 2015 een omgevingsvergunning voor bouwen en strijdig gebruik verleend voor het uitbreiden en in stand houden van een tijdelijk winkelcentrum. Eerder was voor het desbetreffende tijdelijke winkelcentrum op 8 juli 2008 al een vrijstelling ex artikel 17 van de ‘oude’ WRO verleend voor de duur van vijf jaar. Het winkelcentrum is na afloop van deze termijn blijven bestaan. Volgens de rechtbank Oost-Brabant kan de omgevingsvergunning worden verleend tot 8 juli 2018 (omdat de totale tijdsduur dat wordt gehandeld in afwijking van het bestemmingsplan niet meer dan 10 jaar mag bedragen). 10 jaar dus na verlening van het besluit van 8 juli 2008. Appellanten waren het hier niet mee eens en gingen in hoger beroep bij de Afdeling. Zij stellen dat de omgevingsvergunning kan worden verleend tot 4 maart 2025 (10 jaar dus na het besluit van 4 maart 2015).

De Afdeling was het met de rechtbank eens. Volgens de Afdeling heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat uit artikel 4, elfde lid van bijlage II van het Bor volgt dat slechts voor een periode van maximaal tien jaar met gebruik van de bevoegdheid uit het genoemde artikel kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. De termijn van tien jaar als bedoeld in artikel 4, elfde lid, van bijlage II Bor is in dit geval aangevangen op de datum waarop met toepassing van artikel 17 van de WRO vrijstelling is verleend voor de met het bestemmingsplan strijdige bouw en het daarmee strijdige gebruik. De termijn begint dus te lopen vanaf het moment dat het met het bestemmingsplan strijdige gebruik is begonnen en niet vanaf wanneer de omgevingsvergunning is verleend. Dat betekent dus dat de termijn inderdaad is beginnen te lopen vanaf 8 juli 2008 en de omgevingsvergunning slechts gelding heeft tot uiterlijk 8 juli 2018.

Wilt u op de hoogte worden gehouden van meer interessante jurisprudentie op het gebied van het ruimtelijke ordeningsrecht of heeft u interesse in een (basis)cursus Wabo? Dan bent u bij de Praktijk Academie Omgevingsrecht (onderdeel van Tonnaer) aan het juiste adres! Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg heeft Tonnaer recentelijk tot tevredenheid deze cursussen gegeven.