Besluit hogere grenswaarde en bestemmingsplanprocedure

Besluit hogere grenswaarde en bestemmingsplanprocedure

 

Indien in het kader van een bestemmingsplanprocedure een besluit hogere waarden genomen moet worden, dan dient het ontwerp-hogere-waarden-besluit op grond van artikel 110c Wet geluidshinder (Wgh) gelijktijdig met het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd te worden. Artikel 110c Wgh bepaalt:

 

Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 110a is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat indien burgemeester en wethouders bevoegd zijn de hogere waarde vast te stellen en het besluit ten behoeve van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt genomen, het ontwerp van het besluit tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.

 

Wat als je dat niet gedaan hebt?

 

In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) van 21 mei 2014, nr. 201307278/1/R3 staat onder r.o. 3.1:

 

Artikel 110c, eerste lid, van de Wgh bevat een procedureel vereiste dat betrekking heeft op de voorprocedure van de vaststelling van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting en niet op een bestemmingsplan, dat hier voorligt. Gelet hierop is artikel 110c, eerste lid van de Wgh niet van toepassing en ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het aangevoerde op dit punt kan leiden tot een vernietiging van het bestemmingsplan. Het betoog faalt.

 

In de uitspraak van de Afdeling van 23 september 2009, nr. 200807341/1/R2 (JM 2009/122, m.nt. F. Arents) blijkt dat de Afdeling toen ook al het gebrek dat het ontwerp-hogere waarden-besluit en het ontwerp-bp niet tegelijk ter inzage zijn gelegd passeert. De AbRvS beroept zich op de wetsgeschiedenis.

 

“Omdat de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan de voor burgemeester en wethouders vastgestelde hogere waarden in acht dient te nemen en omdat in het ontwerpbestemmingsplan de voorziene hogere waarden reeds vermeld waren, waardoor appellante bekend kon zijn met de noodzaak van vaststelling van hogere waarden, acht de Afdeling het aannemelijk dat belanghebbende niet benadeeld zijn door de niet gelijktijdige terinzagelegging”.

 

Bovengenoemd gebrek is derhalve te passeren. In ieder geval moeten wel de hogere waarden zijn vastgesteld voordat het bestemmingsplan is vastgesteld.