Beeldkwaliteit op locatie

Beeldkwaliteit is tegenwoordig onlosmakelijk met woningbouw verbonden. Daarbij lijkt de appreciatie van de jaren 30-architectuur als vanzelfsprekend. De roep om alternatieven is inmiddels luid en duidelijk hoorbaar.

De gemeente Laarbeek ontwikkelt bij de kern Lieshout een laatste grootschalige uitbreiding. Gelegen tussen de woonbuurt Nieuwenhof en een concentratie van voormalige agrarische bebouwing aan de Vogelenzang wil de gemeente hier nog een kleine honderd woningen realiseren. Het realiseren van ruimtelijke kwaliteit staat daarbij voorop, maar dan wel afgestemd op de specifieke locatie. Het realiseren van de “zoveelste jaren-30 wijk” is niet aan de orde. Tonnaer heeft in samenwerking met de gemeente Laarbeek en enkele architecten met kijk op de “Brabantse architectuur” een beeldkwaliteitsplan “in de beste traditie van Lieshout” opgesteld.

Voorlopige verkavelingsopzet

In het voortraject was voor “Nieuwenhof-Noord”, zoals de uitbreidingslocatie al snel als werktitel meekreeg, een voorlopige verkavelingsopzet gemaakt. Ook daarbij was afstemming op de specifieke locatie al een belangrijk uitgangspunt. De door Tonnaer opgezette verkavelingsopzet kent een vergelijkbare structuur als de woonbuurt “Nieuwenhof”, bestaande uit 2 woonlussen aan weerszijden van een centrale ontsluitingsweg. De aansluiting van de woonlussen op de ontsluitingsweg is verbijzonderd en uitgevoerd als een traditioneel Brabants driehoekig plein: de brink. De brink is het middelpunt van de buurt en vormt de entree vanaf zowel de noordelijke als zuidelijke ontsluitingsroute naar de buurt. Daarmee is de brink het “visitekaartje” voor de buurt.

Sfeerbeelden verduidelijken gewenste ruimtelijke kwaliteit

Met de voorlopige verkavelingsopzet in het achterhoofd zijn door de gemeente Laarbeek, de architecten en de stedenbouwkundige “Lieshoutse sfeerbeelden” gezocht, die een goed beeld geven van de ruimtelijke kwaliteit, die binnen de verkavelingsopzet gerealiseerd kan worden. De toevoeging “Lieshoutse” was essentieel om de nieuwe woonbuurt herkenbaar onderdeel te laten zijn van de kern Lieshout. Voor het sfeerbeeld van de brink zijn de langgevelboerderijen aan de Vogelenzang bepalend. Van oudsher is aan dergelijke pleinen in Brabant sprake van landelijke bebouwing, gedomineerd door langgevelboerderijen. Het sfeerbeeld voor de woonlussen is gevonden in de lintbebouwing langs delen van Molenstraat en Dorpsstraat in Lieshout (de oorspronkelijke uitvalswegen van Lieshout). De veelal uit de eerste helft van de vorige eeuw stammende bebouwing is gevarieerd, maar toont door overeenkomsten in materiaal- en kleurgebruik toch de nodige samenhang.

Differentiatie in deelgebieden

Aan de hand van de geselecteerde sfeerbeelden is de verkavelingsopzet onderverdeeld in deelgebieden. Elk deelgebied heeft daarbij zijn eigen sfeerbeeld toebedeeld gekregen. Qua bebouwing is onderscheid gemaakt in drie deelgebieden. Niet geheel toevallig hebben twee deelgebieden betrekking op de woonlussen en de brink, zoals in de vorige alinea al beschreven. Daarnaast is een derde deelgebied toegevoegd voor de locatie van een te saneren agrarisch bedrijf, waar drie landhuizen gerealiseerd zullen worden.

Meer nog dan de bebouwing is in Nieuwenhof-Noord de groene openbare ruimte bepalend voor het uiteindelijke karakter van de buurt. Naar aard en omvang verschillende groenzones vormen vrijwel steeds de overgang van de buurt naar de omgeving. Vertaald naar deelgebieden resulteert dit in een boszone, een parkzone, een westcoulisse en een noordcoulisse. Stuk voor stuk groene deelgebieden met een eigen karakter, afgeleid van of afgestemd op de bestaande kwaliteiten in de omgeving. Naast deze deelgebieden aan de rand van de buurt, vormen ook de brink en de woonlussen afzonderlijke groene deelgebieden met een eigen karakteristiek.

Vanwege de unieke ligging tussen brink en parkzone is voor de bebouwing op de kop van de brink een afzonderlijke aanduiding toegevoegd. Hier is een markant gebouw op zijn plaats, dat de specifieke ligging accentueert: het accent.

Referenties voor beeldkwaliteit

De volgende stap bestond uit het koppelen van referentiebeelden aan de deelgebieden. Deze referentiebeelden dienen een goed beeld te geven van de beoogde beeldkwaliteit per deelgebied. Beeldkwaliteit heeft hierbij betrekking op zowel de vormgeving van de bebouwing als de inrichting van de openbare ruimte. Enerzijds is daarbij geput uit de reeds eerder bepaalde sfeerbeelden. Karakteristieke voorbeelden van in het verleden in Lieshout of vergelijkbare plaatsen in Brabant gerealiseerde bebouwing en wegprofielen, die de tand des tijds hebben doorstaan, kunnen ook nu nog inspireren tot ruimtelijke kwaliteit. Anderzijds is ook gezocht naar hedendaagse vertalingen van deze traditionele voorbeelden. Moderne ontwerpen, die de typerende kenmerken uit de traditionele voorbeelden in zich hebben en daarmee passen binnen de geselecteerde sfeerbeelden.

Beeldkwaliteitsregels

Toen eenmaal de referenties voor de beeldkwaliteit vastlagen, zijn hieruit de beeldkwaliteitsregels per deelgebied bepaald. Deze beeldkwaliteitsregels leggen de essenties vast waaraan de toekomstige bebouwing en inrichting moeten voldoen. De regels zijn onderverdeeld in stedenbouwkundige en architectonische criteria. In de stedenbouwkundige criteria zijn zaken vastgelegd over de typologie van de bebouwing, de ligging van de bebouwing (rooilijn), de bouwmassa, de oriëntatie, de overgang privé-openbaar en het parkeren. De architectonische criteria bepalen de opbouw en uitvoering (kleur- en materiaalgebruik) van de gevels, kozijnen en daken.

De beeldkwaliteitsregels en referentiebeelden zijn niet voor alle deelgebieden even stringent. Voor de bebouwing en de inrichting van de brink zijn logischerwijze de meeste regels en beelden vastgelegd. De brink is letterlijk en figuurlijk het markante middelpunt van de buurt en daarmee bepalend voor het de eerste indruk die bezoekers van de buurt krijgen. In contrast daarmee wordt juist voor het accent alle ruimte gelaten. Hier wordt de architect uitgedaagd om met een uniek ontwerp te komen, voortkomend uit de specifieke ligging tussen brink en parkzone.

Verkavelingsopzet definitief

De vertaling van de sfeerbeelden voor de diverse deelgebieden heeft ook geleid tot een verdere detaillering van de verkavelingsopzet. Wisselende voorgevelrooilijnen, een grotere afwisseling in woningtypen en –categorieën en enkele aanpassingen van de oriëntatie van de woningen maken dat ook de verkavelingsopzet bijdraagt aan de gewenste landelijke en dorpse sfeer.

Beeldkwaliteit voor en door de gemeente

In het proces om te komen tot het beeldkwaliteitplan is nauw samengewerkt door de gemeente Laarbeek, de architecten en de stedenbouwkundige van Tonnaer. Daarbij is optimaal gebruik gemaakt van de kennis van de diverse partijen. De gemeente bracht met name beelden in van de lokale situatie (Lieshout, Laarbeek en omgeving). De architecten voegden daar hun kennis van relevante referentieprojecten (traditioneel en modern) aan toe. Door de stedenbouwkundige werd specifiek vanuit de verkaveling naar beelden gezocht. De aldus verzamelde beelden zijn in een proces van beoordelen en selecteren door de drie partijen uiteindelijk teruggebracht tot een samenhangende set van referentiebeelden. Deze hebben uiteindelijk hun weg naar het beeldkwaliteitsplan gevonden.

De keuze van de gemeente Laarbeek om te investeren in bovenstaande werkwijze heeft op twee vlakken een meerwaarde opgeleverd. Allereerst is er sprake van een verkavelingsopzet met beeldkwaliteit, die naadloos aansluit bij de kern Lieshout. Nieuwenhof-Noord zal in ieder geval niet de “zoveelste jaren-30 wijk” worden. De nieuwe woonbuurt zal juist het beste van Lieshout in zich verenigen. Ten tweede is de gemeente mede-auteur van de beeldkwaliteit. De betrokkenheid is daarmee veel groter dan wanneer de gemeente alleen maar het plan had beoordeeld en akkoord bevonden. Logischerwijze zal dit de houdbaarheid van het beeldkwaliteitplan in de fase van realisering aanzienlijk vergroten. Het beeldkwaliteitsplan is niet alleen voor de gemeente, maar ook door de gemeente gerealiseerd.

Kortom, als de gemeente er voor wil gaan en de bereidheid heeft extra te investeren in het voortraject, behoren een aansprekende verkaveling en eigen ‘lokale’ beeldkwaliteit zeker tot de mogelijkheden. Bijkomend effect is een groter commitment van de zijde van de gemeente bij de ontwikkelde verkaveling en beeldkwaliteit, in de fase van daadwerkelijke realisering.