Architect belanghebbende bij ontwikkelingen met betrekking tot het door hem ontworpen gebouw?

Door mr. Yuval Schönfeld

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 14 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:521) een interessante uitspraak gedaan over de toepassing van het belanghebbende-begrip uit de Awb. Aan de orde was de rechtsvraag of een architect als belanghebbende kan worden aangemerkt in een procedure omtrent de verlening van een omgevingsvergunning voor de verbouw van het door hem ontworpen gebouw.

Een essentieel leerstuk in het bestuursrecht is of een bepaalde partij kan worden aangemerkt als belanghebbende. In artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”.  In het tweede en derde lid van artikel 1:2 wordt voor bestuursorganen en rechtspersonen nog nader uitgewerkt wanneer zij kunnen worden geclassificeerd als belanghebbende.

Het belanghebbende-criterium vormt een cruciaal begrip in de Awb. De artikelen 6:13 en 8:1 Awb koppelen namelijk de mogelijkheid van bezwaar en beroep aan het bezitten van de kwaliteit van belanghebbende. Ook voor de vraag wie een zienswijze kan indienen in het kader van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (artikel 3:15, eerste lid Awb) en voor toepassing van de hoorplicht van artikel 4:8, eerste lid Awb is de karakterisering als ‘belanghebbende’ cruciaal.

In de Afdelingsuitspraak van 14 februari 2018 was de verlening van een omgevingsvergunning voor het wijzigen en gedeeltelijk vervangen van een pand en voor het slopen van een deel van de achtergevel van het pand aan de orde. Het bestaande kantoorgebouw werd veranderd in een woongebouw met acht appartementen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3323 en ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1310), een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Voorgaande overweging is een invulling van de Afdeling van het criterium uit artikel 1:2, eerste lid Awb waarin is vastgelegd dat een belanghebbende een rechtstreeks belang dient te hebben bij het besluit.  Bij dit soort besluiten als de verlening van omgevingsvergunningen wordt in de jurisprudentie vaak het zogenoemde ‘afstands- en zichtcriterium’ gehanteerd om te kunnen bepalen of een bepaalde partij nog als belanghebbende bij het besluit is te kenmerken. Uit de parlementaire geschiedenis van de Awb volgt dat een louter subjectief gevoel van sterke betrokkenheid bij een besluit is, hoe sterk dat gevoel ook is, niet voldoende is om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij een besluit betrokken belang (Kamerstukken II, 1988-1989, 21 221, nr. 3, p. 32).

Eerder had de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, in de zaak die de architect had aangespannen, nog geoordeeld dat sprake is van een aantasting van het door de architect ontworpen bouwwerk, maar dat deze ontwikkeling de architect geen nadeel zal kunnen toebrengen aan zijn eer of goede naam als maker van het kantoorpand of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.

De Afdeling oordeelde echter anders. Vaststaat dat appellant als architect van het kantoorpand het auteursrecht toekomt op het oorspronkelijke ontwerp van dat pand. Het project waarvoor de vergunningen zijn verleend leidt tot een wijziging of aantasting van het oorspronkelijk ontwerp. De bescherming tegen de aantasting van het auteursrecht en de daaruit voorvloeiende persoonlijkheidsrechten vormen in dit geval een voldoende objectief en persoonlijk belang dat rechtstreeks bij de besluiten is betrokken. Dat de voorzieningenrechter de vordering van de architect eerder heeft afgewezen, maakt dat niet anders. Het betreft een inhoudelijk en voorlopig oordeel over de mate van aantasting van het bouwwerk, welk oordeel de bestuursrechter niet bindt. Met andere woorden: de architect van het oorspronkelijke kantoorpand kan dus toch als belanghebbende worden aangemerkt.

(lees verder na de afbeelding)

De Afdelingsuitspraak van 14 februari 2018 doet enigszins denken aan een echte ‘jurisprudentiële klassieker’ ten aanzien van de vraag of een architect kan worden beschouwd als belanghebbende: de uitspraak van 8 november 1984 van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State ten aanzien van de bouwvergunning voor het Stopera (het stadhuis en het operagebouw) in Amsterdam (ARRvS 11 augustus 1984, ECLI:NL:RVS:1984:AM9234, AB 1987, 133, m. nt. P.J.J. van Buuren). Een groot verschil met de casus uit de uitspraak van 8 november 1984 is echter dat het in de recente uitspraak gaat om de architect van het gebouw dat tegen zijn wil in zal worden verbouwd en deels gesloopt en het bij de ‘Stopera-uitspraak’ ging om architecten van bouwprojecten in de nabijheid van dat project.  Deze architecten stelden zich op het standpunt dat zij door het besluit rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, omdat zij toekomstige gebruikers zijn van het stadhuis en het muziektheater, waarop dit besluit betrekking heeft. Bovendien hebben zij gesteld dat voor hen als architecten een persoonlijk belang met deze zaak is gemoeid, voor zover zij in de directe omgeving van het bouwterrein aan het Waterlooplein bouwprojecten onder handen hebben. De in geding zijnde bebouwing op het Waterlooplein zou naar hun verwachting ernstige repercussies hebben voor de welstand van hun projecten. Daarnaast hebben zij gesteld dat zij als architecten/stedebouwkundigen met een specifieke deskundigheid en verantwoordelijkheid op het terrein van de vormgeving van de gebouwde omgeving zich het boven-individuele belang hebben aangetrokken dat de totstandkoming wordt verhinderd van een stadhuis/muziektheater dat in hun ogen in stedebouwkundig/architectonisch en esthetisch opzicht de toets der kritiek niet kan doorstaan. De Afdeling ging hier niet in mee: er was geen sprake van een geschonden rechtstreeks en eigen belang dat zij hebben als natuurlijke personen. Een persoonlijk belang kan niet worden gevonden in de omstandigheid dat de architecten gebruik zullen maken van het toekomstige gebouw. Niet valt in te zien dat zij als potentiële gebruikers of bezoekers van het stadhuis en het muziektheater er in die kwaliteit persoonlijk belang bij hebben dat het voorliggende bouwplan niet wordt uitgevoerd. Ook de omstandigheid dat de architecten in de omgeving van het stadhuis/muziektheater door hen niet nader aangeduide bouwplannen in uitvoering zouden hebben, brengt niet mee dat deze appellanten een belang als bedoeld hebben.

Naast de architecten had ook een componist van opera’s en een decorontwerper voor deze opera’s beroep ingesteld. Zij stelden dat zij er belang bij hebben dat het muziektheater zo wordt gebouwd dat het in de toekomst mogelijk is bedoelde opera’s in dit theater naar behoren uit te voeren. Ook zij werden niet als belanghebbende gekwalificeerd. De Afdeling was van oordeel dat door het enkele bestaan van een zekere relatie tussen de uiteindelijke vorm en omvang van een muziektheater en de mogelijkheden voor kunstenaars om daarin hun artistieke gaven te uiten en te ontplooien, niet kan worden gezegd dat zij ook rechtstreeks in hun belang zijn getroffen door de bouw van het muziektheater.

Een verschil met de uitspraak van 14 februari 2018 is dus dat in deze uitspraak er sprake was van een persoonlijk belang (de aantasting van het auteursrecht van de architect van het gebouw) dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken, en in de ‘Stopera-zaak’ de architecten geen rechtstreeks belang hadden. Zij waren immers niet de architecten van de Stopera en hadden dus geen persoonlijkheidsrecht.

Tonnaer Adviseurs helpt u verder!
Heeft u behoefte aan juridisch advies over de interpretatie van het belanghebbende-begrip of over een ander bestuurs(proces)rechtelijke of omgevingsrechtelijke kwestie?  Neem dan telefonisch contact op met mr. Yuval Schönfeld (tel. 040-2571336). Tonnaer Adviseurs kan ondersteuning bieden door middel van de deskundigheid van onze juristen en planologen. Zij staan klaar om u te adviseren!