Annotatie uitspraak AbRvS : bevoegd gezag mag niet het initiatief nemen tot overslaan van de bezwaarprocedure, prorogatieregeling Awb (Gst. 2016/85)

Onlangs is in het juridische vakblad De Gemeentestem een annotatie verschenen van mr. Yuval Schönfeld bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 februari 2016 (nr. 201501060/1/A3).

Volgens artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb kan de indiener van het bezwaarschrift aan het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter. Die mogelijkheid is niet gegeven aan het bestuursorgaan. De Afdeling vindt steun voor dit oordeel in de geschiedenis van de totstandkoming van de artikelen 7:1a en 8:54a Awb, waaruit volgt dat de wetgever ervoor heeft gekozen alleen de indiener van het bezwaarschrift de mogelijkheid te geven rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter in te stellen en niet het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft gegeven een voorstel te doen om de bezwaarfase over te slaan. Dat de procedurele gang van zaken daarmee niet in lijn is met artikel 7:1a, eerste lid Awb leidt evenwel in dit geval niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Daartoe is van belang dat in de geschiedenis van de totstandkoming van de artikelen 7:1a en 8:54a Awb is vermeld dat de rechter zo terughoudend mogelijk zal moeten zijn bij het hanteren van zijn terugwijzingsbevoegdheid, in aanmerking nemend dat terugwijzing naar het bestuursorgaan vrijwel altijd zal leiden tot enige vertraging in de afhandeling van de zaak. Appellante heeft zelf uitdrukkelijk per brief toestemming verleend voor rechtstreeks beroep. Voorts is niet in geschil dat zij en het college in de bestuurlijke fase veelvuldig contact hebben gehad. Verder is niet gebleken dat het college op haar enige druk heeft uitgeoefend om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter. U kunt de uitspraak en annotatie hieronder downloaden of lezen.

Gst 2016_85_gepubliceerde versie annotatie