Annotatie ex nunc of ex tunc beoordeling

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 september 2015 (nr. 201307886/2/A1) een interessante uitspraak gedaan over de vraag of ‘ex nunc’ of ‘ex tunc’ op een bouwvergunningaanvraag moet worden beslist. Hoofdregel in het bestuursrecht is ‘ex nunc’ beslissen (op basis van het recht dat geldt op het moment van het nemen van de beslissing). Voor een bouwvergunning geldt echter op grond van vaste jurisprudentie een uitzondering op die hoofdregel als de aanvraag niet past binnen het nu geldende bestemmingsplan, maar wel binnen het ten tijde van de aanvraag geldende bestemmingsplan. Dan moet ‘ex tunc’ worden beslist: op basis van het recht zoals dat eerder gold, in dit geval op het moment van aanvraag. De uitzondering van ex tunc-beslissen geldt alleen als het bouwplan in overeenstemming is met het ten tijde van de aanvraag geldende onherroepelijk goedgekeurde bestemmingsplan en er geen voorbereidingsbescherming voor het nieuwe regime geldt. De gedachte achter de uitzondering is gelegen in de rechtszekerheid: de spelregels mogen niet tijdens het spel worden aangepast. Maar dat geldt alleen als het spelregels zijn waaraan de aanvrager ook een gerechtvaardigd vertrouwen op een zekere positieve uitkomst mag ontlenen. Doordat bij bouwvergunningverlening sprake is van een limitatief-imperatief stelsel (de vergunning moet worden verleend als deze in overeenstemming met o.a. het bestemmingsplan is) kan een aanvrager zonder meer aanspraak maken op een positieve beschikking als hij zich aan de (spel)regels van onder andere het bestemmingsplan houdt. In de uitspraak van 16 september 2015 overweegt de Afdeling dat de uitzondering op de ex nunc-beoordeling zich hier niet voordoet omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan dat gold toen de aanvraag werd ingediend. Dat het plan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kende op basis waarvan medewerking aan het bouwplan kon worden verleend, doet daaraan niet af. Gezien in het licht van de ratio achter het maken van de uitzondering is dit logisch: er is bij binnenplanse afwijking sprake van een discretionaire bevoegdheid. Aanvrager kan geen aanspraak maken op bouwvergunningverlening, maar slechts afwachten of B&W van hun bevoegdheid af te wijken van het bestemmingsplan gebruik zullen maken. Deze uitspraak is in De Gemeentestem voorzien van een naschrift van Armando Snijders. U kunt de uitspraak en de annotatie lezen via deze link.